Dag 9: Lovcen – Theth

Jimmy BangelsPeru1 Comment

Na de wandeling van gisteren, waren we behoorlijk uitgeteld. We kozen voor vandaag dan een wandeling van een dikke 13km. We hadden hier wel zalig geslapen in het nationaal park en genoten dus eerst nog rustig van ons ontbijt. We waren als eerste op de parking van de wandeling en we kwamen enkel op het allerlaatste van de wandeling pas iemand tegen. Bij het begin ging je eerst door een prachtig bos, wat wel eens een fijne afwisseling is met het landschap van de afgelopen dagen. We besloten de tour linksom te doen en daardoor hadden we eerst een heel lang stuk bos. We zagen hier onze eerste slang, een heleboel gekko’s en salamanders en genoten van het Montenegrijnse bos. Na een 4-tal kilometer kwam er een splitsing, waar we konden beslissen of we ook naar de top van de berg wilden wandelen: Babina Glova. We kunnen het dan toch niet laten, dus namen de 240 hoogtemeters er graag bij en wandelden toch naar de top. Spijt hadden we hiervan alleszins niet. Het uitzicht was ronduit fenomenaal. 

Zo ver je kon kijken had je zee, de bergen, de baai van Kotor, bossen, enz. We genoten op de top van een stukje fruit, wat koekjes en vooral het uitzicht met ons drietjes alleen. Zo fijn om het niet te moeten delen en echt gewoon de rust te heben alsof je alleen op de wereld bent. Na de top moesten we hetzelfde stukje dan terug bergaf en vervolgens veranderde de wandeling dan ook van bos naar uitkijkpunten en meer rotsachtig gebied. De laatste 2km ging dan nog door een typisch bergdorpje en gaf ons zo ook wat meer zicht op hoe de mensen hier leven. Ook altijd wel leuk om te zien en mee te krijgen. Zonder de beklimming van de berg was de wandeling dus wel relatief vlak, dus we kwamen alle drie voldaan, maar niet echt afgemat, terug aan de auto. Daar besloten we eerst nog een stukje te rijden, alvorens we ergens zouden picknicken. We reden al best een stukje door en toen zagen we, dat er een mooi uitzichtpunt over het Skadar-Meer is. Dit zou de groene “Horseshoe bend” zijn. Het enige nadeel: we lezen, dat de weg er naar toe bijna onmogelijk is met de auto en het is 3km enkel. We twijfelden heel erg lang, want er stond bij, dat mensen het toch doen…
Tijdens het twijfelen stopte er een busje Roma-zigeuners aan de kant, die de containers volledig leeghaalden. Ook bijzonder om te zien…

Na wat twijfelen hakte ik de knoop door, drukte de gas in en reed het weggetje dan toch maar in. Het eerste stuk ging vlot, maar dan zagen we inderdaad, dat het weggetje smaller en smaller en smaller werd. Tot op een punt, waar enkel de auto er nog door paste en er geen uitwijkmogelijkheden meer waren. Allemaal goed, zolang je geen tegenliggers krijgt. Vervolgens kwamen er dan ook nog eens S-bochten, die zodanig kort waren, dat ik ze niet in 1x gedraaid kreeg en dus telkens achteruit moest rijden om niet over de rand te gaan. Laten we zeggen, dat we op die 2km dan toch nog even bedachten, of het wel een goed idee was of niet… Maar we kregen gelukkig geen tegenliggers en ik slaagde erin de auto heelhuids naar het uitzichtpunt te loodsen. En vanaf dan vergaten we ook al weer snel de weg, die er naar toe leidde, want hoe mooi kan de natuur toch zijn! De uitloper van het grootste meer van Europa, maakt hier een hoefijzervormige bocht en is bezaaid met zogenaamde “meerrroosjes”. Na het uitzichtpunt konden we na een klein stukje langs de afgrond op rijden, wel terug gewoon een normale weg nemen. Daar vonden we een plekje in de schaduw om te picknicken.

Na het eten was het nog eventjes rijden richting de grens van Albanië. We passeerden de hoofdstad: Podgorica en ook de buitenwijken, waarbij je toch al wat ziet, dat het armzaliger wordt. Aan de Albanese grens moesten we even aanschuiven en zagen we ook al her en der vrij asociaal gedrag: mensen die voorsteken tijdens het aanschuiven, zich er tussen wringen en duidelijk gedrag vertonen van: “Wij zijn drie mannen, die hier toch wel echt gaan tussenin rijden, gewoon omdat het kan”. Flink als ik ben, hield ik mij dan maar in, want de Albanese Maffioso willen we nog net niet op ons dak. De grensmedewerker deed dan nog eens uiterst geïrriteerd, omdat we onze autopapieren niet bij de hand hadden, wat in Montenegro niet moest en ook nergens ophing. Soit, uiteindelijk waren we in Albanië en je zag wel al meteen, dat hier veel meer armoede is dan bij ons. Op bergen afval langs de weg hadden we ons ook al voorbereid en dit is in zowel Montenegro als in Albanië (maar vooral in het laatste) echt wel een ding. We reden het eerste het beste stadje in voor een geldwisselkantoor en wisselden onze euro’s naar Albanese Lek. Daarna verdwaalden we nog even in de buitenwijkjes van het stadje om dan met de auto op weg naar Theth te gaan.

Deze weg is nog niet zo lang met een gewone auto toegankelijk. Ze hebben hem echter wel zodanig smal gemaakt, dat je niet met twee auto’s kan passeren en de zijkanten helemaal aflopen met stenen. Achter mij begon er al meteen een Albanees te toeteren en zijn hand op te steken toen ik dan toch een uitwijkpunt vond. Ik zal het beschouwen als een vriendelijk gebaar, maar heb er toch mijn twijfels over. De weg naar Theth bestaat opnieuw uit duizenden S-bochten en gaat dus vrij langzaam vooruit. Tegen 17:00 komen we dan toch toe in het dorpje, dat nog volledig ongeasfalteerd is en dus uit veel stenen bestaat. De eerste camping, die we wilden nemen, was extreem vaag. We waren al geïnstalleerd, ik wou naar het toilet gaan en stond plots bij een bomma in haar slaapkamer, want de badkamer erlangs moesten we gebruiken (wc en douche gewoon als 1 kleine ruimte met dan al haar spullen ook nog eens tentoongesteld). Dit vonden we toch net iets te vaag om voor te betalen, dus we reden nog snel weg naar een andere camping. Hier is er wel geen warm water in de douche en van al de rest moet je je ook niet al te veel voorstellen, maar is prima zo.

We wandelden met Woody nog even naar het beginpunt van de wandeling morgen en vervolgens gingen we om 19:00 eten. We aten een van de lekkerste lamsgerechten, die we al ooit hadden gegeten. De garçon was super lief tegen Woody en zijn zusje kwam ook even met Woody spelen. Toch zijn de honden hier niet echt zoals huisdieren. De meeste zijn eigenlijk gewoon straathonden. Toen ik vroeg, of ze ook kamers hadden in hun guesthouse, zeiden ze bv. wel ja, tot ik dan vroeg of de hond mee binnen mocht. Een hond, binnen? Euhm nee, dat gaat niet… Dus bijgevolg sliepen we na het eten gewoon terug in ons busje en genoten nog van het prachtige uitzicht met de omliggende bergen.

The Woody Tales:

Ik had heel vast geslapen vannacht en was vanochtend dan ook nog niet zo heel goed wakker. Toch werd ik meteen buiten gezet in de kou om te ontbijten en moest ik dan daar nog maar even verder slapen, ook al was het behoorlijk fris. Daarna gingen we een wandeling doen en die vond ik wel heel leuk. Er was bos, dus heel veel snuffelplezier. Tot bazinnetje plots een slang spotte. Ik weet niet zo goed wat een slang precies is, maar ik ken de tuinslang van thuis en daar heb ik heel erg veel bang van. Dus ik denk dat ik deze slang ook niet zo heel leuk zal vinden. Ik probeer wel enkele gekko’s te vangen, maar slaag ook daar niet in, want die zijn wel heel erg snel. Dan maar verder met de baasjes door het bos gestruind en jawel hoor, ze wilden dan toch nog plots een berg omhoog wandelen. Ik dus ook maar weer mee naar boven en weer een extra berg op mijn palmares. Eenmaal boven zag ik wel de zee, maar die lag heeeeel erg ver weg. Ik kreeg wel een lekker stukje fruit en een reep, dus die berg was zo slecht nog niet.

Na de berg was het nog een stukje bos, dan rotsen en vervolgens een dorpje. De wandeling duurde vandaag niet zo lang als de afgelopen dagen en ik kon dus na een paar uurtjes al terug op mijn matje nog wat gaan liggen soezen. Maar dat was buiten de baasjes gerekend. De ene bocht na de andere en vervolgens reden ze nog in een of andere vage weg in. Ik kon het gelukkig allemaal niet zien, maar aan hun reactie te horen, was het nogal heftig. Na de vele bochtjes en het gemanoeuvreer van bazinnetje, mocht ik buiten naar het uitzichtpunt gaan kijken. Weer heel veel water met heel veel groen, maar ik zit weeral te hoog. Jammer, maar wel mooi.

Dan was het lunchtijd en vervolgens mocht ik nog wat slapen in de auto. Plots waren we dan al aan de Albanese grens, waar ik nog even blafte op de medewerker, omdat die tegen baasjes van zijn tak maakte over de autopapieren. Bazinneke zei dan toch wel, dat ik stil moest zijn en dat deed ik dan maar.

Daarna werd ik nog eens duizend keer in het rond gedraaid met de verschillende S-bochten naar Theth. En hier was ik toch wel even in mijn element. Alle honden lopen hier los op straat (behalve ik dan wel). Sommige hondjes waren niet lief en kwamen blaffend en grommend achter mij aan gelopen. De andere waren wel lief en kwamen al eens snuffelen. Er was 1 hond, die ons voortdurend bleef volgen en die elk piesje van mij nog eens overpieste. De hond probeerde ook vriendjes te worden met mijn baasjes… Ik denk dat hij door hen geadopteerd wil worden, maar dat zal niet lukken, want ik ben toch wel de oogappel van die twee. Na de korte wandeling gaan we eten en ik krijg heel veel stukjes vet van het lamsvlees. Daar ben ik natuurlijk heel erg blij mee. Nu maar snel slapen, want morgen zou weer een drukke dag zijn volgens de baasjes.

One Comment on “Dag 9: Lovcen – Theth”

  1. Oogappel van die 2 en hoeveel rekent ge er niet dan Woody is op meer plaatsen de oogappel 😂😝

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *