Dag 12: Theth – Shköder

Jimmy BangelsPeru1 Comment

Vanochtend konden we nog eens uitslapen en maakte het niet uit, hoe laat we zouden opstaan. Om half zeven waren we toch alle drie al klaarwakker, vermits het ritme er een beetje in zit. We stonden dan ook rustig op en maakten ons op het gemak klaar. Ik was net terug van een plaspauze en zag dat Woody alleen aan het busje was. Ik zocht naar Jimmy en zag hem plots beneden aan de rivier met iets brandends staan. Blijkbaar was het gastonnetje in vuur geschoten en had hij dit vanaf ons plekje naar beneden in het water moeten gooien. Uiteindelijk doofde het vuur dan toch uit, gelukkig niks dramatisch gebeurd. We ontbeten nog even rustig en vervolgens begonnen we aan de rit richting Shköder. Het eerste stukje van ons kampeerplekje terug omhoog was weer over de rotsen en stenen, waardoor ik goed gas moest blijven geven om niet vast komen te zitten. Daarna begon de tocht met de duizenden S-bochten terug omhoog de berg over en dan ook terug omlaag. De Albanezen hier rijden allemaal rond met oude Mercedessen, dus aan iedereen, die ooit een Mercedes had, dat ding rijdt gegarandeerd hier nog steeds rond met een Albanees.

We kwamen tegen iets na 09:00 in Shköder aan en het contrast hier is vrij groot. Je hebt hier mensen, die rondrijden in dikkere auto’s dan thuis. Meestal is dat door connecties met maffia of familie in het buitenland. Het gaat dan van Hummers, tot Audi Q8, tot de dikste Range Rovers en Bentleys. Anderzijds zijn er nog veel mensen, die met paard en kar onderweg zijn. Hier zijn dan ook zelfs verkeersborden voor paard en kar parkins aan te duiden. In Shköder bezochten we de bekendste winkelstraatjes en ook de Ebu Bekr Moskee, ook wel de loodmoskee genoemd en een van de belangrijkste moskees in de Balkan. 60% van de Albanese bevolking is nl. moslim en de moskee werd na het communisme als eerste terug opgebouwd. Een zeer mooi gebouw vond ik zelf en je mag hier als vrouw ook zonder hoofddoek en armbedekking naar binnen. We merken in Shköder zelf ook, dat de mensen niet super hond gezind zijn (wat normaal is voor moslims) en dat we dus best veel plaats hebben, vermits de mensen Woody wat uit de weg gaan.

Onderweg deden we een terrasje en probeerden we nog een poging te doen om een appartementje te huren voor 2 nachten, voordat we de boot over een meer in de bergen nemen. Maar helaas weinig succesvol met de hond en we vonden 1 plaats, waar de hond dan buiten op de parking mocht blijven, waarvoor we vriendelijk pasten. Op zich geen ramp, we hebben ons verblijf sowieso bij, dus Woodyvan it is! We liepen ook nog even door het plaatselijke park, waar we de oude garde met metalen dominoblokjes zagen spelen. Na het stadsbezoek zochten we onze Woodyvan terug op de bewaakte parking, want rondom Shköder zou nog veel armoede zijn en is het daarom niet altijd even veilig, zomaar overal te parkeren. We reden met ons busje naar de voet van het Rozafa Castle en begonnen aan de klim naar de top van het kasteel. Deze kasteelruïne dateert uit de Middeleeuwen en Ottomaans tidjperk en zou door 3 broers gebouwd zijn. Omdat de fundamenten niet goed waren, heeft 1 van de broers zijn vrouw levend in de muur begraven, omdat het volgens legendes een betere fundering zou veroorzaken. Vanaf het kasteel hadden we echt een prachtig zicht over de omliggende natuur en de stad Shköder. We wandelden door het hele kasteel en lieten Woody telkens in de schaduw wandelen en rusten, vermits het wel echt al heel warm was.

Ik gleed na twee weken dan ook voor een eerste keer uit in het kasteel. Gelukkig kon ik me nog herpakken, want een val kan nu al meer dan €7000 kosten met mijn nieuwe cameragerief. Eind goed, al goed. Na ons kasteelbezoek was het toch al 15:30 en reden we een 5-tal minuutjes verder naar een vaag stukje buitenrand van de stad voor een camping. Hier wildkamperen in de buurt van de stad wordt afgeraden, omdat je nogal lastiggevallen zou kunnen worden. De oprit naar de camping was vaag, maar het bleek een pareltje te zijn. We vonden een uithoekje, waar we helemaal alleen staan en vlak naast de rivier. Op 10m wandelen door de bosjes, kom je dan aan een mooi open plekje, waar je een perfect zicht op het kasteel hebt. Hier besloten we ons met een fris drankje te positioneren en lieten we Woody in de rivier spelen, terwijl wij van het uitzicht genoten en wat lazen. Na anderhalf uurtje gingen we dan terug naar ons busje, waar we nog een fles Montenegrijnse wijn openden en genoten van de rust en de natuur.

Tegen 19:00 was het dan tijd om te gaan eten. We kozen voor een restaurantje iets verderop, dat ook aan het water zou liggen. We wandelden er naar toe en moesten dan via een lange oprit dieper naar binnen wandelen, zodat we terug aan het water kwamen. Zodra we dichterbij kwamen, zagen we één van de obers sprinten naar een boom. Ons oog viel ook op het plaatje, waar duidelijk op stond, dat honden verboden waren. We dachten allebei al van: ok, dan maar rechtsomkeert, maar wat toen gebeurde was echter nog lachwekkender. Ze liepen nl. naar het bordje omdat ze ons gezien hadden en ze dan het bordje weghaalden. Principes en geloofsovertuigingen zijn dus ook te koop ;-). Ons niet gelaten, het is hier prachtig en we bestelden dan ook een visschotel voor ons twee, met een lekkere salade en aardappelen uit de oven. De scampi’s waren de beste, die we al ooit gegeten hebben en ook de vis was overheerlijk. Het was alleen erg veel, want 6 vissen en 12 scampi’s en dan nog al de rest voor 2 personen, is misschien wat overdreven. Woody deelde in de buit en was heel erg flink, waar we dan ook nog een complimentje over kregen door de desbetreffende ober. Tegen 22:00 wandelden we dan terug naar ons busje, compleet overeten, maar wel voldaan.

The Woody Tales:

Vandaag sliepen we voor ons doen lekker uit. Dat vond ik wel eens fijn, een beetje langer met de baasjes in mijn bedje soezen. Maar al bij al waren we dus wel nog vroeg wakker en ging het dan ook al snel over naar de orde van de dag: ontbijten, opruimen en in baasje zijn geval, per ongeluk vuur stoken met een gastonnetje. Ik bleef flink aan het busje wachten, want van zo’n vlam in de pijp, heb ik toch ook wel beetje bang hoor. Na de ochtendorde was het dan tijd om te vertrekken. En bazinneke gaf ook meteen goed gas. Eerst was er een heel hobbelig weggetje en dan waren het weer 1001 bochten, waar we doorheen moesten. Ik zag mijn kans schoon om nog een schoonheidsslaapje extra te doen en profiteerde dus van het feit, dat we moesten rijden. Van heel erg lange duur was het echter niet, want al snel reed bazinnetje het stadje Shköder binnen. Dit is een iets groter stadje, waar het verkeer dus ook al typisch druk wordt en dat merkte ik achterin ook.

We parkeerden op een bewaakte parking en gingen dan het stadje verkennen. De mensen hier gaan veel aan de kant voor mij en zijn niet echt zo heel erg blij om mij te zien, zoals in andere gevallen vaker het geval is. Sommige mensen hebben bang en andere gaan dan echt aan de kant. We deden eerst nog een toeristischer stuk, maar daarna ging het ook al over naar een meer vager stuk. Daar vonden de baasjes een plekje om te overnachten, maar ik moest dan buiten slapen. Dat vonden ze toch echt niet ok en daarom besloten ze dan toch om terug in het busje te slapen. Gelukkig, want ik ben geen buitenhond en zou toch wel een beetje bang hebben gehad. Maar ik twijfelde ook wel geen seconde, dat de baasjes het nog maar overwogen om mij dat aan te doen. Als bedankje was ik dan ook wel echt super flink in de stad en liep ik flink naast bazinnetje. We zagen nog een mooie moskee, gingen iets drinken, zagen nog enkele straathonden en heel veel winkeltjes. Hier zitten ook veel mensen op de grond om dingen te verkopen. Er staat zelfs een heel erg oude weegschaal, waar je je op kan wegen voor 200 Lek. Allemaal een beetje vreemd, maar volgens bazinnetje is dat hier normaal.

Na het stadje gaan we met de auto verder naar een kasteel. Hier was het intussen wel al vrij warm, maar ik voelde me toch de koning te rijk. Ik trotseerde dapper de twee straathonden, die het pad bewaakten. Vervolgens deed ik enkele piesjes binnen de kasteelmuren, waardoor ik officieel kasteelheer geworden ben. En in het kasteel krijg ik de beste schaduwplekjes, een knabbeltje en veel water. Verder rol ik me regelmatig in het kasteelgras en ga ik mee naar de uitkijkpunten, zodat ik ook iets heb gezien. Na het kasteel zeiden de baasjes, dat we een plekje gingen zoeken om te slapen. En amai, daar vonden ze iets heel erg tof. We liggen vlak naast een brede rivier en moeten slechts 20m stappen om op een afgelegen plekje aan de oever te komen, waar we zicht hebben op mijn deels geclaimde kasteel. Hier mocht ik zwemmen en ging ik meerdere takken vangen. Niet heel makkelijk, want best veel stroming. Daarna ging ik met de baasjes samen aan de oever opdrogen en vervolgens nog wat chillen aan het busje op mijn mat. Hier zijn ook veel puppy’s en enkele “straathonden” op de camping, dus ook daarin ben ik best nog wel geïnteresseerd.

Voor het avondeten moeten we een stukje wandelen en komen we langs de plaatselijke voetbaltenten. Deze zijn heel erg groot en de jongetjes stampen achter een bal aan. Ik mag helaas niet meedoen van de baasjes, maar de jongetjes wuiven wel naar ons. Daarna komen we aan het restaurant, waar baasjes het gevoel krijgen, dat we toch niet binnen mogen. De ober zegt echter, dat het wel mag, maar dat ik stil moet zijn. Dat doe ik dan ook heel braaf en even later krijgen we zelfs complimentjes, omdat ik zo’n grote flinke hond ben. Ik krijg van de baasjes dan ook nog een aantal lekkere stukjes vis en ben helemaal in mijn element. Alleen de laatste 5 minuten komen de lokale katten mij uitdagen, waardoor ik het even wat moeilijk krijg. Toch raap ik mijn goede moed bij elkaar en slaag erin om mij flink te houden, ondanks de stoute uitdagende katten. Eind goed al goed, nu mag ik weer in mijn busje gaan slapen met mijn twee baasjes.

One Comment on “Dag 12: Theth – Shköder”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *