Dag 18: Sarande – Dhermi

Jimmy BangelsPeru1 Comment

We waren vandaag al vroeg wakker naar goede gewoonte. We hadden allebei al gehoord, dat de straathond de hele nacht rond ons busje had gecirkeld en geslapen. Toen ik ’s ochtends de schuifdeur opende stond ze dan ook al kwispelend vol enthousiasme op ons te wachten. Super schattig, maar ook ergens een beetje treurig. Zo een lieve hond en niemand die haar eigenlijk de liefde geeft, die ze zou moeten krijgen. Voor het korte tijdje, dat we er waren, deden wij alleszins wel ons best. Ze kwam nog veel knuffelen en toen Woody zijn ontbijt kreeg, kreeg zij ook dat van haar, want dat krijgen we anders niet over ons hart. Na het ontbijt en nog even genoten te hebben van de rust en schoonheid van de natuur, besloten we te vertrekken.


Vandaag gaan we het Butrint National Park bezoeken. Dit is een ruïne-site, die ten tijde van de Romeinen werd gebouwd en waarvan nog een aantal bouwsels overgebleven zijn. We reden eerst de hele gravelweg met zijn vele hobbels terug naar het piepkleine dorpje. Van daaruit was het dan nog 10 minuutjes rijden en dan moesten we het water over. Op een soort van geïmproviseerd vlot met een kabel, werd ons busje naar de overkant getrokken. En daar was dan ook meteen de ingang van het park.

Vermits we hier niet ver van de populaire kustdorpjes afzitten, wisten we, dat het vrij toeristisch ging zijn. En dat zag je al snel, want we waren een half uur voor openingstijd daar en toch waren er ook al toeristenbussen. Nu viel dat gelukkig om 09:00 nog relatief goed mee en eenmaal in het nationaal park, kan je jouw eigen weg gaan. In totaal kan je hier makkelijk een 2 à 3 uur rondwandelen, vermits het vrij groot is. Wij begonnen met de populairste stukken, vermits de tours de andere richting uit gingen en op die manier, beleefden we het park toch nog zo goed als op ons eentje. Hier en daar kwamen we nog enkele andere eenzame toeristen tegen en iedereen moest natuurlijk iets tegen Woody zeggen, dat was bij de ingang ook al zo. En Woody vond dat helemaal prima, dat hij ook tegen iedereen iets mocht zeggen.

We bezochten het amfitheather, de verschillende ruïnes, maar ook de natuur hier is heel erg mooi. Het park is omringd door enkele bergen en vooral ook heel veel water. We zagen dan ook waterschildpadden en enkele vogels. Op het einde van ons bezoek beklommen we nog de trappen van het kasteel. Ook hier heb je een mooi uitzicht over de omliggende natuur en het park zelf. Er is ook een museum, dat we om de beurt bezochten, vermits Woody daar niet toegelaten was. Terwijl ik met Woody op een muurtje van het kasteel zat te wachten, kwamen meerdere mensen foto’s van ons maken, wat ik een beetje vreemd vond. Plots kwam er dan een Frans meisje naar mij toe met de vraag: mag ik een foto van jullie nemen, want jullie zitten hier zo mooi samen. Ik dacht: ok ze vraagt het tenminste nog, dus ik stemde toe. Toen zei ze: ik bedoel met jouw gsm, zodat je een herinnering hebt aan dit moment. Het is te mooi om niet vast te leggen. Ok dan, bijgevolg een foto van ons momentje samen op het muurtje…

Nadat wij de bezienswaardigheid van het kasteel geworden waren, kwamen we terug aan de voet van de trappen uit en daar waren nog enkele toeristenwinkeltjes. We kochten een hele mooie uitgehouwen steen met een arend, die boven de natuur zweeft. Die krijgt thuis een mooi plekje als aandenken aan onze prachtige reis. Na Butrint besloten we richting Ksamil en Sarandë te rijden. In Butrint zelf kon je nauwelijks nog door door de vele bussen en was het nu echt massa’s druk geworden. In Ksamil besloten we zelfs niet te stoppen, wegens veeeel te toeristisch en dat is enkel omwille van het strand, dat sowieso privé is en dus enkel tegen betaling op een rij stoeltjes te bezoeken is. En dat gaan we dus sowieso niet doen. Dus op naar Sarandë dan maar. Daar deden we nog even wat inkopen en gingen we op zoek naar een parking. Een regelrechte ramp en ook het verkeer in het stadje is zoals overal in Albanië een beetje idioot en vooral egoïstisch. Iedereen zet zich overal maar neer, ook in het midden van de straat en dan kan je bijgevolg met alle moeite van de wereld misschien voorbij. Uiteindelijk besloten we de auto gewoon in een straat te parkeren met het risico op evt. enkele krassen of misschien dichtgeparkeerd te zijn.

We wandelden 2km door de nog iets minder bekende buurt richting de boulevard. Dat is het hart van Sarandë en is dan ook het toeristische stuk. Hier wisselden we nog wat geld en gingen we eerst iets eten. We kozen allebei voor Linguini met zeevruchten, die best lekker was. Alleen hebben we er in totaal bijna 2uur gezeten, wegens trage bediening. Met deze hitte is dat echter niet erg en zo konden we ook even uitrusten van het wandelen voormiddag. Na het eten gingen we dan naar het publieke strand van Sarandë en hier besloten we even te zwemmen en wat met Woody te spelen. Ook hier waren we de bezienswaardigheid van het moment en bleven mensen vanop de boulevard filmpjes maken, vermits een hond, die zwemt en speeltjes vangt, hier nogal vreemd is. Na onze plonspartij kleedden we ons terug om en besloten we de boulevard nog op ons gemak af te wandelen. Dit is natuurlijk zeer toeristisch, dus niet helemaal ons ding, maar dan hebben we het uiteindelijk wel gezien. We gaan nog een ijsje uithalen en aan de prijzen hier merk je ook, dat het toeristisch is, want we betaalden 6 euro voor twee ijsjes, terwijl we voor ons avondeten vaak maar 8 euro betaalden.

En dan nog even een lokaal marktje meegepikt. Na Sarandë besloten we nog een stukje door te rijden naar Dhermi, vermits daar onze wandeling van morgen ongeveer begint. We komen direct terug meer in de natuur terecht en genieten van de mooie bergen rondom ons. Uiteindelijk vinden we ergens een plekje en beslissen we daar te overnachten met zicht op de bergen. Even later toen we geïnstalleerd waren, kwam er een oude vrouw met enkele lege waterflessen. Zij liep onder de olijfbomen door en zeulde vervolgens na een tijdje de zware flessen terug naar boven. Toen we dat zagen, ging ik meteen een koude cola aanbieden, want je zag, dat ze het ook niet breed had. Bijgevolg een hele hoop Albanees geratel, waar ik niks van begreep, maar ze was alleszins heel dankbaar. Zo dankbaar, dat ze ons een bokaal met een soort tomaten-bonensoep gaf als geschenk en ook een witte pot met een of andere soort gekookte schapenorganen open trok. Ze bleef aandringen, dat ik moest proeven en ja, daar stond ik dan. Ik, die nogal snel vies gevallen ben van zo’n dingen, besloot dan toch maar een stukje van zo’n orgaan af te trekken en probeerde het zo snel mogelijk te verwerken en door te slikken. Toen moest ik Jimmy ook nog een stuk brengen en even later besloot ze een grote hampel van het spul in Woody zijn bakje te gooien, zodat hij er ook nog van kon genieten (wat hij natuurlijk ook wel deed). Verder vroegen we, of we hier mochten blijven staan en het was ok. Alleen gingen er wel schapen komen, maar dat was geen probleem. Dat begrepen we, vermits ze als een schaap begon te mekkeren en te gebaren natuurlijk.

Op dat moment stopte er een toerist op een fiets. Blijkbaar een Duitser, Pascal genaamd. Hij stond door al die bergen met de fiets natuurlijk nat in het zweet, dus we boden ons voorlaatste Belgische pintje aan. Bijgevolg schoof hij bij ons mee aan tafel en deelden we ons brood met de verschillende kazen met hem en hij deelde zijn olijfolie, tomaatjes enz. Zo hadden we nog een super gezellige avond tot 23:00 met allerlei leuke verhalen langs beide kanten. Een super toffe gast, dus was fijn. Hij zette vervolgens zijn tentje iets verderop onder de olijfbomen op en tegen 23:15 besloten we dan toch te gaan slapen. Dat was natuurlijk buiten Woody gerekend. Die liet echt de ergste scheetjes ooit (waarschijnlijk door dat orgaanspul). Het busje vulde zich dus al snel met gas, dus ik denk als iemand een lucifer op zou steken, dat we met ons busje en hele hebben en houden de lucht in waren gegaan… Maar soit, het is dat we hem graag zien, dat we er mee konden lachen achteraf. 

The Woody Tales:

Vandaag waren de baasjes weer erg vroeg wakker. Maar dat was niet erg, want mijn vriendinnetje stond al aan de deur van ons busje te wachten. Ik was natuurlijk heel erg blij en wilde ook meteen weer even met mijn pootjes de zee in. Daarna ontbeet ik samen met mijn vriendinnetje en wilde ik zelfs mijn stukjes appel met haar delen, die ik van de baasjes hun ontbijt krijg. Maar blijkbaar lust zij geen appel, dus toch meer appel voor mij. Daarna moesten we blijkbaar afscheid nemen, want mijn nieuwe vriendinnetje kan volgens baasje niet mee. Onderweg probeer ik nog even wat te slapen en dan zijn we plots al op onze bestemming. Blijkbaar hebben de baasjes mijn busje zelfs op een of ander gammel vlot gezet… Dan deelden ze mij mee, dat we nog even moesten wachten en even bleek zelfs een half uur te zijn. Ik was best wel ongeduldig, maar deed toch mijn best en slaagde er in te wachten. Gelukkig had ik wel wat afleiding, vermits iedereen hallo wou zeggen en vriendjes met mij wilde zijn.

Daarna kochten de baasjes een ticketje en gingen we op pad. Het is hier heel erg leuk, want er is veel bos waar ik kan snuffelen en vooral ook veel water. Binnen de kortste keren lag ik dan ook al in het water en rolde ik me vervolgens lekker in het stof en de modder. Baasjes zeggen nu, dat niemand zo nog hallo zal willen zeggen tegen mij, maar daar blijken ze ongelijk in te hebben. We bezoeken weer heel erg veel oude stenen en gebouwen en ik snuffel er weer volop op los. Ik probeer ook in enkele oude poelen te springen, maar daar werd ik toch door de baasjes tegengehouden.


Ze hebben bang, dat ik anders stink en dat is vies water zeggen ze. Als afsluiter doen we weer een kasteel, waar ik me ook weer voortreffelijk gedraag en flink met bazinnetje op een muurtje wacht, als baasjes om de beurt het museum bezoeken. De toeristen komen zelfs foto’s van mij en bazinnetje maken. Zij doet niet echt haar best om te poseren, maar ik natuurlijk wel. Ik wil alleen maar in volle glorie op de foto staan, als een echte prestige-hond. Voor de rest heb ik niet zo heel erg veel sterallures, maar enkel op dat vlak een klein beetje.

Na talrijke fotoshoots verlieten we het nationale park en gingen we op pad naar een stadje. Hier zag ik weer enkele andere honden en liep ik flink met baasjes mee tot aan een restaurantje. Daar mocht ik enkel binnen, als ik flink was, dus zette ik mijn beste pootje weer voor en ging flink onder tafel liggen slapen. Als beloning kreeg ik dan ook een lekkere scampi en gingen we vervolgens naar het strand. Hier kon ik me weer helemaal laten gaan en zwom en sprong ik er op los. Blijkbaar kijken de mensen hier maar raar, als ze een hond zo’n dingen zien doen, maar ik vind dat zelf niet zo raar… Ik heb toch zwemvliezen gekregen met een reden? Na het zwemmen gaan we nog over de boulevard en eten de baasjes een ijsje. Hondenijsjes hebben ze hier helaas niet. We vinden de Woodyvan terug volledig intact, waar we hem in de straat hadden geparkeerd. Gelukkig, want dat had ik de baasjes niet vergeven, als er iets met mijn busje was gebeurd. En zo gingen we nog een klein stukje op pad, op zoek naar een slaapplekje.

We vonden een goed plekje naast een olijfgaard en besloten daar te gaan rusten. Plots komt er een gekke oude mevrouw, die begint te mekkeren en ons allerlei dingen wil vertellen. De baasjes moeten met heel veel tegenzin enkele dingen proeven, dat snap ik niet hoor. Toen ze mij een grote portie van het witte gekookte spul gaf, liet ik dan ook mijn dankbaarheid blijken, door het meteen lekker op te eten. Amai, dat was zeer lekker… Zoiets heb ik nog nooit gehad. Maar al snel voel ik wel, dat mijn buikje begint te werken. Ik leg me op mijn matje neer en slaap dan maar flink. Af en toe herinner ik me weer, dat Pascal bij de baasjes is komen zitten en ga ik weer even heel erg enthousiast hallo zeggen. Eenmaal toen de baasjes wilden gaan slapen, dacht ik: oei, nu kan ik die scheetjes niet meer verbergen, want we zitten niet meer in de open lucht. Ik probeerde dan maar heel stiekem toch de scheetjes te laten en binnen de kortste keren dramatiseerden de baasjes, dat het heel erg stonk. Ik deed alsof ik van niets wist en knipperde af en toe even met mijn ogen om te zien, of ze doorhadden, dat ik het was… Maar ik mocht toch met hen in het busje blijven liggen, gelukkig. Dus eind goed, al goed.

One Comment on “Dag 18: Sarande – Dhermi”

  1. Leuk weer terug een verhaal met mooie foto’s wij vragen ons hier af wanneer jullie thuis komen en ik denk 2 oktober daddy zegt kan niet want da valt nie in het weekend 🤔ik denk toch da ik juist zit 🤓have fun daar 😘🌹

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *