Dag 21: Kikuri – Bernati

Jimmy BangelsPeru1 Comment

Vanochtend werden we wakker na weer een goede nachtrust. Het meer lag er rustig bij, maar er hing wel veel mist. We maakten ons klaar na het ontbijt en vertrokken dan nar Bernati. Dit is niet zo héél erg veel verderop. Hier gaan we een wandeling doen van zo’n 15,6km. De wandeling begint aan een kleine parking in een zeer klein dorp. Hier gaan we het bos in en binnen de kortste keren komen we aan op een mooi verlaten parelwit strand. Hier kon Woody met volle teugen spelen en rond ravotten. We genoten van de verlatenheid en de rust. De zee zelf is ook mooi helder en heeft veel minder zoutgehalte dan thuis. We wandelen een dikke 7km langs het strand en het zonnetje schijnt weer serieus op ons hoofd. Zalig. We beslissen nog onze stukjes fruit hier op het strand op te eten en wandelen dan het laatste stuk langs de zee. Woody speelt intussen enorm veel. We komen in totaal 3 locals tegen, die ook alle 3 een hond hebben, maar deze ook even aanlijnen als ze ons zien. Dus dat wordt wel gewaardeerd. 

Hierna gaat het pad het bos in. Daar moeten we na een tijdje een heel lang stuk bergop doen, naar een soort uitkijkpunt. Het uitkijkpunt kijkt gewoon recht naar de boomtoppen en daar zien we dus eigenlijk niet veel van. Verder is er een betonnen steen en dat is het. Wel worden we getrakteerd op een groep kraanvogels, die aan de trek begonnen zijn en voorbij komen. Hierna gaat he pad nog meerdere keren bergop en bergaf door het bos. We komen enkel nog enkele locals tegen, die paddenstoelen aan het plukken zijn en ook al voorbij ons kampeerplekje voor vanavond, wat we op het oog hadden. Maar het blijkt voorlopig nog bezet te zijn. Tot slot komen we nog voorbij een indianenpad, waar ook weer een uitkijktoren is en enkele andere symbolen, waar zij een bepaald bijgeloof voor hebben. Moe maar voldaan komen we na een toch wel iet of wat omweg, dus ook meer dan 15.6km toe aan ons busje. Daar zetten we ons even neer en drinken iets fris. Woody beslist ook meteen wat in het koele gras te slapen. 

We moeten na onze pauze eerst nog even langs de winkel, wat eigenlijk 15km terug is. Dat doen we en we kopen daar ook even een vieruurtje, vermits we best wel wat honger hebben al. Jimmy had al dagen zin in pizza dus koopt zich een mini-pizzatje. Ik ga voor iets zoets. Dan rijden we terug naar het bos en naar de plek, die we daarstraks al te voet hadden gezien. We stellen vast, dat het busje wat er stond weg is en dus dat we het plekje gaan kunnen inpalmen. Vlak achter ons rijdt nog een busje en zij zien, dat wij het plekje nemen. Op zich zouden ze zich er ook ergens kunnen zetten, maar teleurgesteld keren ze zich om. Hetzelfde met de daaropvolgende twee busjes, die nog kwamen kijken voor dit plekje. Geluk gehad dus, want was letterlijk een fractie van enkele seconden, dat we er eerder waren. We sprokkelen wat hout en beslissen dan even wat te rusten. Daarna doen we tegen 17:30 het kampvuur alvast aan. Geen muggen bijgevolg, maar wel half uitgerookt als de wind even in de andere richting staat. 

Jimmy ontfermt zich over het vlees op het vuur. Ik doe de aardappeltjes. Tegen 19:00 zijn we onze varkenskotelet met rode bietensalade en aardappeltjes aan het eten. En het smaakt toch weer enorm. We laten het vuur voor de rest van de avond nog aan voor wat warmte en tegen de muggen. Terwijl doen we de afwas en daarna spelen we nog enkele gezelschapsspelletjes. Is toch zalig, zo buiten leven. Wanneer de zon ondergegaan is en het echt donker wordt, gaan we met zijn allen het busje in, waar we nog een beetje chillen. Vlak voor we gaan slapen, doven we het vuur uit met een emmer water en dan is het dus terug pikdonker. 

The Woody Tales:

Ik sliep weer goddelijk in mijn busje. Het werd alweer dag voor ik het wist en dus moest ik eruit. Wel gek, gisterenavond stonden we aan een heel groot meer en nu is er een deel van het meer weg? Volgens baasjes komt dat door de mist, maar vind ik toch maar vreemd. Na het ontbijt gaan we naar een plaats, die Bernati noemt. Ik zou eerder denken, dat dat in Italië zou liggen, maar is blijkbaar niet het geval. Na een tijdje rijden komen we aan op ons vertrekpunt. Daar gaan we eerst een stukje door het bos en voor ik het goed en wel besef, komen we weer op een super lang en mooi strand. Het zand is hier heel mooi wit en de zee is zeer helder, dus daar kan ik mij helemaal uitleven. Ik sprint meerdere keren het water in en spurt dan vervolgens naar het diepere zand, waar ik me duizend keer rol. Zalig. De baasjes gooien meerdere keren een stok en die ga ik dan ook telkens heel plichtbewust en met veel vreugde halen. Kortom, dit lijkt een topdag te worden. We zien ook meerdere andere honden, die in de verte nog los zijn, maar die ze gelukkig aanlijnen. Want het zijn stuk voor stuk grote honden zoals een dobberman of een duitse herder. 

Na een snack en 8km over het strand te hebben gewandeld (in mijn geval met al dat lopen veel meer natuurlijk), gaat de wandeling via enkele trappen over enkele duinen en zo het bos in. Daar is het wel veel koeler dan op het strand, want hier hebben we de schaduw van de bomen. Hier kan het echte snuffelwerk ook beginnen. Ik snuffel er op los en ga met gestage tred voorop. Dan moeten we plots héél erg veel bergop wandelen naar een uitkijkpunt. Ik moet eerlijk toegeven, dat ik het uitzicht niet zo echt heb gezien. Baasjes wezen mij erop, dat er kraanvogels over vlogen. Ook daar heb ik mijn twijfels over, want ik heb nog nooit een vliegende kraan gezien. Kortom, ik ben niet zeker wat ik er van moet vinden, maar ik kan lekker snuffelen en we eten ook onze picknick op, dus daar kan ik allemaal perfect mee leven. Na de picknick gaat het pad nog heel vaak bergaf en terug bergop. We zien ook mensen paddenstoelen plukken. Baasje probeert bazinnetje te overtuigen, om dat ook te doen, maar zij ziet dat toch niet zitten, vermits we niet zeker zijn welke. Dat vind ik een goede beslissing, want stel je voor, wat ik anders weer met die twee moet aanvangen. 

Uiteindelijk moeten we dan nog een uitkijktoren beklimmen en enkele andere dingen bezoeken en voor ik het goed en wel besef, zijn we aan het busje. Nu moet ik wel toegeven, dat het veel meer was dan 15.6km en ik dus ook wel blij ben, dat mijn pootjes even kunnen rusten. Ik vlei me dan ook meteen in het gras, eet nog de rest van mijn koek op en val dan in een diepe slaap. Tot die twee me natuurlijk weer wakker maken en ik dus in het busje moet. Maar geen probleem, zo kan ik toch nog steeds wat slapen. Nadat ik tijdens de baasjes hun winkelbezoek flink geslapen heb, rijden ze terug naar een zeer hobbelige weg. Daar parkeren ze op een plek, waar we daarstraks al geweest zijn, want dat ruik ik. Mijn speurneus snapt er nu helemaal niks meer van, want waarom zijn we zo ver gewandeld, als we gewoon naar hier hadden kunnen rijden? Maar ok, ik vlei me langs de baasjes op de bank, waar ik na een tijdje slapen terug wakker word. Die baasjes beginnen allerlei hout bij te halen. Met 1 tak ben ik ook al tevreden hoor? Ik versnipper er meerdere, wat baasje niet altijd even tof vindt blijkbaar. 

Daarna maken ze van mijn takkenhoop een kampvuur. En na een tijdje draait de wind en word ik helemaal uitgerookt. Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Mijn arme pelsen frak gaat nu helemaal naar de rook ruiken. Dat duurt dagen voor dat er weer helemaal uit is. Dan toch maar geprobeerd om uit de wind te gaan liggen, zodat ik geen uren in de wind stink de komende dagen. Baasje klaagt zo al altijd, dat ik een stinkie ben, dan is het nu zijn eigen fout. Ik krijg wel lekker eten en enkele stukjes vlees van dat gerookte vuur, dus dat vind ik dan weer wel heel fijn. Terwijl de baasjes nog spelletjes spelen aan de picknicktafel, graaf ik een gat eronder en daarin ga ik flink liggen slapen. Het duurt nog even vooraleer, ik in mijn felbegeerde busje mag gaan liggen, maar eens het dan zo ver is, val ik ook meteen in een heel diepe slaap. 

One Comment on “Dag 21: Kikuri – Bernati”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *