Dag 24: Nida – Kaunas

Jimmy BangelsPeru2 Comments

We werden weer wakker met mooi weer, dus we maakten het busje klaar en gingen na ons ontbijt meteen op pad. We zouden vandaag beginnen met de grijze duinen. Dit gebied is vrij bekend bij de Litouwers, vermits het werelderfgoed is. De duinen bewogen vroeger en verschoven zich door de wind. Daardoor zijn er meerdere kleine vissersdorpjes ooit overspoeld door zand geraakt. Deze dorpjes zijn tot nu dus nog steeds begraven onder het zand. Intussen bewegen de duinen zich niet meer verder door de veranderingen van de aarde. Daardoor raken ze nu meer en meer begroeid en gaan ze binnen enkele honderden jaren helemaal overgaan in bos, zoals een groot deel van de rest van het Koerdische Haf. We zijn iets te vroeg, want je moet inkom betalen en het is dus afgezet. Om iets na 09:00 komen de mensen van het nationaal park toe en rekenen we af. Er zijn zeer strikte regels ook met de hond, vermits het allemaal beschermd natuurgebied is ook voor de vogels. Er is slechts één wandelpad en dat gaat via vlonders tot aan de duinen. We hebben een zeer mooi uitzicht en hebben ook nog net het gouden uurtje met de zon. Alleen gaat het vlonderpad al snel over in gewoon mulle zand. Hierdoor moeten we dus weer serieus bergop klimmen om meerdere duinen te doorkruisen. 

Uiteindelijk komen we dan bij het eindpunt op de grote duin aan. Hier genieten we wat van het uitzicht, alvorens we aan de weg terug beginnen. Daar hebben we ook nog steeds bergop natuurlijk, vermits een duin telkens bergop en bergaf gaat. Eenmaal aan de auto, moeten we een stukje rijden, want op de parking mochten we slechts 2uur blijven staan, wat niet gaat voor een wandeling van 15km. We rijden dus een klein stukje richting Pervalka en parkeren daar. We wandelen het bos in en komen enkele heksenbeelden tegen, alvorens we vervolgens op enkele open vlaktes in het bos getrakteerd worden. Ook nu weer, hebben we al dit natuurschoon helemaal voor ons alleen. We wandelen een heel tijdje door het bos en de open plekken en komen tot slot toe in Pervalka. Een zeer klein dorpje met mooie oude houten huisjes, maar ook nu weer heel erg rustig. We zetten ons op een bankje aan het strand, want we vertrekken na vandaag terug richting het binnenland. Van hieruit zien we drie Litouwers met hun boot sukkelen, om deze achter de auto gehangen te krijgen. Daar blijven we dus nog even naar zitten kijken en vervolgens gaan we via het dorpje terug een ander bos in. Na een 2-tal kilometer komen we toe bij de auto, waar we onze picknick opeten. 

Dan was het tijd om naar de ferry te rijden. Deze namen we terug naar Klaipeda en we gingen terug naar dezelfde winkel in het shoppingcenter als gisteren. Jimmy moest nog een andere stekker voor de kabel hebben, zijn pintjes natuurlijk en ik had nog iets moois gezien, dat ik graag als souveniertje van deze reis wilde. Daarna deden we al een stukje van onze terugweg richting thuis, want we gaan stilletjes terug richting Polen moeten gaan. We reden een dikke 2 uur naar Kaunas, een bekende stad in Litouwen. Hier hebben we een parking vlak aan de rand van het centrum genomen, zodat we morgenvroeg meteen het stadje kunnen gaan verkennen. En natuurlijk ook omdat we nog maar 2 keer een nacht op een camping hebben geslapen, maar de afgelopen dagen niet zoveel mogelijkheden hebben gehad om in een meer te zwemmen en ons dus deftig te kunnen wassen met haar en al. Dus bijgevolg mestten we op de camping ons busje even wat uit, zodat het terug allemaal proper en georganiseerd is en namen we allebei een douche. Niet al te proper, zeker niet in mijn geval: er lag een hele hoop haar in een hoekje van de douchebak (er was ook maar 1 douche), de randen hebben schimmel en er zijn nog nooit stof of spinnenwebben weggedaan. Maar ok, het doel heiligt de middelen en we komen er weliswaar properder uit, dan dat we er in gingen.

Hierna gingen we even langs het meer wandelen, waar de camping aan grenst. We hadden gezien, dat hier niet veel eetgelegenheid is, maar er zou een kebabzaakje zijn en daar hebben we nog wel eens zin in. Dus we wandelen naar het kleine barakje, waar de kebabzaak zou moeten zijn. Deze ziet er echter op het eerste zicht dicht uit. We wandelen dus door en daarmee zie ik een schim bewegen in de ruimte. Ik zeg tegen Jimmy, dat ik wel denk dat er iemand is en we gaan dus nog eens tegoei aan het raampje kijken en dan doet de vrouw het inderdaad open, op een manier van: wat moet ge hebben jong? Dus ok, met hand en tand leggen we uit, wat we nodig hebben en ik flans er hier en daar de weinige Litouwse woorden tussen, die ik intussen ken. We krijgen wat we gevraagd hadden, dus missie geslaagd en we wandelen dus met ons eten terug naar de camping.

Daar eten we met een ondergaande zon en genieten met een flesje wijn. Even later roept een Litouwer ons in het Nederlands. Hij heeft blijkbaar lang in Nederland gewoond en zag ons nummerplaat, dus wou even praten. Zo leerden we nog enkele dingen bij over het land en hij gaf ons nog twee mooie plekjes, die de moeite zouden zijn. Moeten we zien, of we er nog tijd voor vinden. De rest van de avond spendeerden we met spelletjes spelen, lezen, schrijven en gewoon wat rusten. Morgen staan er alweer enkele drukke activiteiten op de planning. Vlak voor het slapen gaan, wil Jimmy in bed stappen en blijft ie met zijn voet aan het kraantje hangen. Hij zegt oei en wil het opdrogen. En dan hoor ik nog eens een oei, want blijkbaar heeft hij mijn pyjama gebruikt, omdat hij dacht dat het een handdoek was… Echte liefde is dan, dat je daar nog steeds mee kan lachen en dan maar in een t-shirt slaapt, want ik kan moeilijk naakt over de camping naar het toilet lopen. 

The Woody Tales:


Ik heb vannacht heel erg goed en diep geslapen na gisteren. De baasjes zijn naar goede gewoonte weer vroeg op, dus ik dan ook maar. Achteraf bekeken bleek het dan te vroeg, vermits de brak van de grijze duinen nog niet open was en we daar dus hebben moeten wachten. Ik moet toegeven, dat ik misschien een beetje heb aangegeven, dat ik het niet ok vond, dat ik zo vroeg op moest voor niks. Uiteindelijk kwamen de mensen van het park toe en konden we erin. Ik moest strak op het pad blijven en probeerde me hier dus ook aan te houden. De houten paadjes zijn voor mij dus niet zo interessant, maar dat wordt dan wel beter, als ze stoppen en het mulle zand in de plaats komt.

De baasjes zijn het daar niet helemaal mee eens en hebben het toch weer zwaar met het beklimmen van de duinen. Uiteindelijk hebben we de 3km gedaan en hadden we een prachtig zicht over de zee en duinen. Ik ruik hier ook héél veel oude dingen, volgens mij ligt hier nog veel bedolven onder al dat zand. Mijn speurneus bracht ons terug tot aan het busje, waar het bazinnetje mijn kakkies ook allemaal kon weggooien. Dat was ten strengste verplicht. Ik kon het natuurlijk niet laten om in werelderfgoed een kakkie te doen en dus moest ze wel bijna 3km met mijn zakje lopen, oeps.

Hierna gingen we met de auto naar een andere plek iets verder op en daar gingen we het bos in. Ik weet niet wat er allemaal in dit bos zit, maar het is alleszins veel. Mijn neus raakt niet meer van de grond en ik loop alle kanten uit en toon de hele tijd mijn jachtmoduspootje. Ik heb natuurlijk goed pootje tonen, als de baasjes er niet op ingaan, want ze houden er blijkbaar geen rekening mee, als we op een splitsing komen. Snif. Dan hen maar gevolgd en zoals verwacht, niks van wild tegen gekomen. Net tegoei. Uiteindelijk kwamen we in een dorpje uit, met heel veel oude houten huisjes. Hier gingen we even op een bankje aan de zee uitrusten.

Ik had misschien nog wel graag even willen plonsen, maar de auto is niet meer ver en daar moet ik blijkbaar wel een tijdje inzitten. Dus met mijn pelsen frakkie dan toch maar niet meer geplonst in de zee. De route naar de auto ging uiteindelijk vlot en daar aten we onze lunch, alvorens we terug naar de boot reden. Wat een slechte wegen hier op dit eiland-achtig-ding. Ik heb moeite om zo in slaap te geraken, maar soit. We moeten een kwartiertje wachten want de boot is vol. Bij de eerstvolgende boot kunnen we wel mee. Bazinnetje rijdt er aan omhoog als een echte pro en ik slaap vooral, zelfs tijdens de baasjes hun winkelbezoek, als we van de boot gekomen zijn. 

Blijkbaar moeten we nog een heel eindje rijden en kan ik dus echt de tijd nemen om eens heel goed uit te rusten en mijn pootjes te strekken. Zalig. Eenmaal aangekomen op de camping in Kaunas, wordt mijn busje nog eens grondig onder handen genomen. Het werd tijd, want het werd binnen ook bijna een zandbak. Ik vraag me af hoe ze het doen, die baasjes, al dat zand altijd mee naar binnen brengen. Zelfs in mijn zetel ligt dat. Niet te begrijpen. Busje uiteindelijk terug proper, de baasjes eindelijk terug proper gewassen en dan gaan we even wandelen aan het meer. Vanaf daar gaan we verder naar de kebabzaak. Dat van die broodjes rat heb ik nog altijd niet helemaal begrepen.

Eens we ons eten hebben en de baasjes klaar zijn, krijg ik ook een stukje. En ik moet zeggen: dat proeft echt naar kip. Dus ik ben toch niet zeker, of dat het dan wel rat is en ik dan een rat ben? Want als ik in mijn pootje knabbel, proeft dat toch een beetje anders. Oef, dan gaan de baasjes waarschijnlijk toch nooit het idee krijgen om een broodje Woody te maken. Een echte geruststelling. Aan de omheining van de camping begint een Litouwer in het Nederlands tegen de baasjes te roepen. Wat denkt die wel niet? Ik beantwoordde zijn geroep met wat geblaf, want ik wil dat ze gerust gelaten worden, zodat ik kan gaan slapen in mijn busje. Baasjes hebben het door en ronden het gesprek een kwartiertje later gelukkig toch af. Nu de Woodyvan in en lekker knorren. 

2 Comments on “Dag 24: Nida – Kaunas”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *