Vanochtend reden we eerst een dik anderhalf uur richting Poznan en ds ook richting thuis. De baasjes hadden een mooi meer gevonden: namelijk het Krajobrazowy meer. Hier ligt ook een klein kasteeltje aan het meer. We parkeerden ons en begonnen aan de 13km durende wandeling. De wandeling begint in het dorpje en gaat vervolgens door het bos naar het meer. Daar worden we al meteen getrakteerd op een zicht op de kasteeltoren en op de prachtig blauwe kleur van het water van het meer. De rest van de wandeling is een afwisseling tussen bos en gaat voortdurend langs de oevers van het meer. Woody krijgt meerdere keren de kans om te zwemmen en we vinden onderweg ook een balletje, dus hij heeft de eerste paar kilometer meer gespeeld en gezwommen dan gewandeld.

Uiteindelijk balletje kwijt geraakt en toen lag de focus weer op het wandelen. Ook nu weer is het echt t-shirtweer, dus we hebben het echt wel getroffen en de weergoden zijn ons dus echt een hele maand al goedgezind geweest. Hadden we niet op durven hopen. We wandelen tot rond de middag en vestigen ons dan op een houten boomstam vlak langs het meer. Hier eten we onze picknick en beslist Jimmy met zijn Leathermann in zijn eigen vinger te snijden, door per ongeluk de botte kant naar beneden te doen en de scherpe naar boven, wanneer hij een stuk kaas probeert af te snijden. Gelukkig is het maar een schrammetje, al beweert hij natuurlijk anders…

Ik daarentegen trap in een kakkie van Woody, vermits hij bergop had proberen kakken en ik dus niet had gezien, dat er een deel mij tegemoet was gerold. Dus ik heb mijn schoen bijgevolg in het meer moeten wassen. We zijn toch ook wel twee helden te samen. Het tweede deel van de wandeling was ook nog steeds meer en bos. Woody ontdekt in een holletje een kortschildkever, waarvan wij eerst dachten dat het een schorpioen was. Gelukkig niet… Nadat we rond het hele meer waren gegaan, kwamen we uit bij het kasteeltje en de kerk. Daar brachten we nog een kort bezoekje en dan ging het via het dorpje terug naar de auto. We gaan nog even in een winkeltje proberen onze Zlotys op te kopen, maar dat lukt uiteindelijk niet, want we hebben nog over. Dan maar begonnen aan de rit van twee uur richting Duitsland; Vlak voor we Duitse grens bereikten gingen we nog eens tanken, want Polen is een stuk goedkoper. Verder kochten we nog twee zeer vage Poolse Hot Dog Maxi Rolls. Dit zijn een soort kokerbroodjes met een saus en zo’n vage worst. We hebben daar iedereen al mee zien rondlopen en Jimmy wou het toch graag eens proberen, dus hierbij dan maar gedaan.

Na de hot dog roll ging het verder naar Duitsland. Aan de grens werden we nog even tegengehouden door de politie, want de Duitsers controleren tegenwoordig terug serieus aan de grenzen. Gewoon de vraag met hoeveel we waren en dan konden we verder. Hierna reden we verder naar een ATU om een milieuzonesticker te gaan kopen. Die hadden we nog niet voor ons nieuwe busje en we willen straks in een stadje iets gaan eten. Dus dat ook nog gauw in orde gebracht en dan waren we op een half uurtje in Helmstedt. Hier parkeerden we de auto in het centrum en besloten we eerst nog wat door het centrum te slenteren en het mooie stadspleintje te bewonderen.

Het immigrantenprobleem is hier wel heel erg duidelijk, want hier zie je nauwelijks Duitsers lopen… We wilden in de Ratskeller wat gaan eten, maar daar was Woody niet welkom. Dan naar het restaurant Mane gegaan. Hier ging ik naar binnen om te checken of Woody mocht of niet. Ik hoorde al meteen typische muziek en merkte toen, dat het een Armeens restaurant was. Dan wist ik het antwoord eigenlijk al, maar ze hadden me al gezien, dus nu moest ik het toch vragen. De jongen achter de toog zei, dat hij het aan de baas moest gaan vragen. De baas kwam op zijn beurt vragen of de hond groot was. Daarop zei ik: tja, tis een labrador. Daarmee wist ie nog niet veel, dus ik wees naar buiten en zei: daar gaat hij. Oei, dat is wel een heel grote hond, zei de baas op zijn beurt. Ik drong nogmaals aan, dat het geen probleem was, als het niet ging. Maar ze wilden dan toch een uitzondering voor ons maken, indien Woody flink was.

Ik natuurlijk gegarandeerd, dat hij een flinke jongen is en dan beide jongens maar naar binnen geroepen. Woody gedroeg zich voorbeeldig en ging flink onder tafel liggen. We bestelden elk een Armeens gerecht en het was super lekker. De jengelmuziek moesten we er maar bij nemen natuurlijk. Na het eten wandelden we via het stadje terug naar ons busje en reden we naar een bos op de rand van de stad. Daar parkeerden we onze auto in het donker en begonnen een film te kijken. Ik was net buiten naar het toilet geweest, toen ik een auto op de parking zag rijden. Even later hoorden we precies een tiental geweerschoten. Dan toch maar onze lichten binnen uitgedaan en in het donker ons filmpje verder gekeken, omdat we niet zeker wisten, wat er buiten aan de hand was en ze ons zo alleszins niet zagen zitten. Na een tijdje was het dan toch al 22:30 door en besloten we dan te gaan slapen. Ook nu weer sliepen we beneden, omdat ze veel regen voor vannacht hadden voorspeld en we niet wilden, dat de hele daktent nog nat zou worden, als we morgen helaas aan de terugrit naar huis beginnen en het dak dan de komende dagen misschien niet meer kunnen open laten staan…

The Woody Tales:
Ook nu weer werden we wakker in een bos en ontbeten we hier eerst alvorens we vertrokken naar een krabbelbabbelmeer, want ik krijg de naam weer niet uitgesproken. Hier gaan we nog eens een lange wandeling doen, dus ben ik helemaal in mijn element. Het zonnetje schijnt op mijn felsen frakske, dus zwemmen zal ook wel mogen. En jawel hoor, ik mag vaak in het meer zwemmen en baasjes gooien meerdere keren een tak voor mij. Dan vind ik een zilveren balletje en ben ik pas helemaal in mijn element. Ik speel er op los in de gevallen bladeren van de herfst en mag het ook meerdere keren uit het water gaan vissen. Zalig! Helaas verlies ik op een bepaald punt mijn balletje, maar ik laat het niet te fel aan mijn hart komen, want ik kan nog gewoon verder spelen met de takken en het zwemmen. Daarna gaan we picknicken en mag ik niet meer in het water, vermits ik moet opdrogen voor in het busje.

Dan maar meer focussen op de snuffelwerken en dat doe ik goed en grondig. In een klein holletje vind ik iets zwart bewegend en ik ga natuurlijk meteen met mijn neus eens grondig kijken wat het is. Ik moet echter niezen en verschiet me, want het bewegende zwarte ding ziet mij blijkbaar niet graag komen. De baasjes inspecteren het grondig en praten eerst over een schorpioen? Wat? Oh nee hé? Mijn neus gaat toch niet super dik worden nu hé? Maar gelukkig is het maar een kever volgens Google. Dus oef, gerustgesteld. Dan nog maar wat verder wandelen tot aan het kasteel, waar ik voor de laatste keer deze vakantie de kasteelheer mag uithangen en me als een echte prins kan gedragen. Dan gaat het terug naar het busje, waar ik onderweg nog eens boos en dreigend ga liggen doen naar een kat… Want ja, ik moet de schijn hoog houden, dat ik een stoere hond ben.

De baasjes gaan de Zlotys opkopen. Het totaalbedrag van de Zlotys werd door drie gedeeld, want ik heb ook Zlotys aan de koekiecentjesautomaat mee bijgedragen, dus dat betekent, dat ik ook in de buit zal delen. Bazinnetje ging daar nauwlettend op toezien, had ze me beloofd en jawel hoor. Ze komen terug met ook iets lekkers voor mij. Yes! Vervolgens is het een stukje autorijden, maar dat is niet erg. Na die wandeling weer, ben ik toch wel moe genoeg en kan ik dus weer heel erg goed slapen. Vlak voor de grens met Duitsland nemen de baasjes een hot dog. Ik weet niet wat ik daar van moet denken, want ik ben nog maar net over het broodje rat verhaal heen.

Nu nemen ze een warme hond in een broodje? Daar ben ik zeer sceptisch over en ik denk niet dat ik dat leuk vind. Bazinnetje laat me dan maar een stukje proeven om me gerust te stellen, want nee hoor, hier is geen hond aan te pas gekomen. Dus gelukkig. Nu kan ik terug vredig verder slapen tot aan de Duitse grens, waar de politie vraagt met hoeveel we zijn. Baasjes bevestigen, dat ze met twee zijn en zeggen dan ook dat ze mij nog bij hebben. Gelukkig, want ik zou niet willen, dat ze me gaan binnensmokkelen. Ik mag dus ook mee, want ik ben uiteindelijk een echte originele Duits en voila, we zijn al in het land van onze laatste bestemming. De baasjes halen nog een lelijke sticker voor op mijn knappe busje en stoppen dan in een stadje.

Het stadje zelf is maar vrij vaag, dus ik blijf flink bij de baasjes en gedraag me als een stoere flinke hond. We willen iets gaan eten, maar daar zijn zo’n stoere jongens als ik blijkbaar niet toegelaten. Sukkels. Bazinnetje dan ergens anders naar binnen. Hmm de onderhandeling duurt precies wel lang, dus wandel ik met baasje eens langs het raam… Ik zie iedereen naar mij kijken. Goh, ze denken vast en zeker weer: amai wat een knappe jongen is me dat. Dan komt bazinnetje ons halen en zegt ze, dat ik heel erg flink mag zijn, want dat ik eigenlijk normaal niet binnen mag. Mmm toch niet zo’n toffe mensen dus. Mijn pelsen frakske is niet overal gewenst blijkbaar.

Maar goed, ik snap niet dat ze moet benadrukken, dat ik heel erg flink moet zijn, want ze weet toch, dat ik de allerflinkste jongen ben, die er is. Dat toon ik dan nog maar eens door heel flink op mijn dekentje te gaan liggen en te slapen. En natuurlijk na het eten van de baasjes even te kijken of er iets te rapen valt. Dan wandelen we nog terug naar het busje en denk ik nog even te kunnen slapen, maar lang duurt dat niet. We komen aan in een donker bos en oh nee hé. Die baasjes nemen dus terug het bed beneden. Snif! Ik mag ter compensatie wel nog mee op het bed slapen, tot het echt slaaptijd is. Dus daar profiteer ik van. Als we plots geweerschoten horen, begin ik heel erg boos te blaffen, want zoiets wil ik niet in de buurt van mijn busje. Vervolgens horen we niets meer, dus ik zal het wel weer opgelost hebben. Nu kan ik gerust op beide oren gaan slapen.
