Vanochtend werden we door een vissersbootje op het meer gewekt. We ontbijten op ons gemak met uitzicht op het meer en maken ons dan klaar voor vertrek. Om 08:00 beginnen we al aan de andere wandeling in het Neris National Park: de Karmazinu Pazintinis. Vermits we zo vroeg zijn, komen de eerste zonnestralen nog door het bos en werpen deze een prachtige gloed op de bomen en ook op de brede rivier van de Neris. Deze rivier is super breed op dit punt en heeft langs de oever veel kleurrijke bomen en mossen. Verder wordt er ook veel op gevist. De mythologie gaat, dat dit het land van de doden is, vermits er ook hier langs de oevers regelmatig grafheuvels liggen, van tijdens de Middeleeuwen. Het land tussen deze heuvels en de rivier wordt dus als niemandsland of dodenland beschouwd. De mist over de rivier en de opkomende zon maken het echter een magische plek. We genieten met volle teugen en moeten ook een hele tijd langs de rivier blijven opwandelen. Daarna gaat het een heel erg lange trap bergop, maar onderweg worden we wel met een uitzicht van bovenaf op de rivier beloond. We klimmen nog een stuk verder bergop en komen zo terug dieper in het bos terecht. In het bos zelf hebben we dan weer enkele spechten gezien en vervolgens nog enkele grafheuvels. De wandeling zelf was nu een 6-tal kilometer en tegen 10:00 waren we dan ook al terug aan de auto na een prachtige tijd in het bos.

We besloten voor we naar Vilnius gingen toch nog eerst naar de winkel te gaan. Hier kochten we beleg en yoghurt voor de komende dagen. Dan ging het verder naar de Hills of Angels. Deze ligt niet zo ver van Trakai en werd gebouwd ter verering van het 600-jarig bestaan van Litouwen. Het is een natuurlijke heuvel, waar ze meer dan 60 engelenbeelden hebben opgezet. Tussenin heb je een aantal natuurlijke muziekelementen. De engelen zijn mooi uit hout gesneden en hebben elk hun eigen betekenis en verhaal. We wandelen hier een tijdje rond en rijden dan verder naar een meer iets verderop om onze lunch te nuttigen. Dan besluiten we om door te rijden naar de hoofdstad. Hier zoeken we eerst nog een self-carwash, waar we proberen de auto zo goed als mogelijk af te spoelen. Het lukt ons uiteindelijk wel om het ding aan de praat te krijgen en de Woodyvan ziet er vervolgens terug wat properder uit na al die gravelwegen. Dan rijden we verder naar de camping, die net buiten de stad ligt. Het stelt echt niet veel voor en nu valt het goed mee, vermits het héél erg rustig is, maar als het hier druk zou zijn, zou het een beetje schandalig zijn qua faciliteiten. Maar voor nu was het prima! Ik ging meteen de was insteken, terwijl Jimmy de wasdraad voorbereidde. Vervolgens planden we ons tripje Vilnius, de hoofdstad van Litouwen. En dan nog even chillen. Ik ging me terwijl douchen en mijn haren nog eens grondig wassen. Toen ik eruit kwam en terug naar de auto ging, merkte ik, dat het wasmachine al klaar was. Jimmy besloot de was eruit te gaan halen en kwam even later met lege handen terug.

Hij was verbaasd, dat de was ook al droog uit het wasmachine kwam en hij de draad enz. dus voor niks had voorbereid. Tot hij eens aan zijn onderbroeken had geroken en merkte, dat deze precies toch niet echt gewassen waren. Oepsss… Ik had niet gezien, dat in de rij met wasmachines, ook droogkasten ertussen zaten. Niet zo heel erg slim dus, maar ok, kan gebeuren :-D. Dan maar opnieuw jetons gaan halen en alles effectief in het wasmachine gestoken. Jimmy ging zich terwijl douchen en dan hielden we nog allemaal even een rustige namiddag, tot we de was hadden opgehangen, die deze keer wel nat en gewassen uit het machine kwam. Dan was het tijd om naar Vilnius te vertrekken. Op de camping speelde Woody eerst nog even met een collega-labrador-vriendinnetje en dan wandelden we een 10-tal minuutjes tot aan de bushalte. Daar namen we de bus naar het stadscentrum. Betalen lukte ons niet zo goed, dus dan blijkbaar maar zwartgereden. Bij aankomst aan het station kuierden we wat door de stad en bezochten we al enkele van de belangrijkere gebouwen en één van de typische drukke stadsstraten. Tot nu toe wel al een mooi beeld en goede indruk van de stad. Tegen 18:00 gaan we uitgebreid op een terrasje eten en genieten we even van de rust en het feit, dat het avond wordt en dus begint af te koelen. Na het eten besluiten we nog langs enkele gebouwen in Vilnius by night te wandelen en dan via een kleine omweg terug naar het station. Gelukkig zijn er onderweg zo nu en dan toiletten te vinden, want de tocht naar het station was toch nog wat verder dan gedacht.

Aan het station zelf namen we terug bus 16, deze keer aan de overkant van de straat, zoals we dat bij ons ook zouden doen. Na een klein kwartiertje, kregen we door, dat dit toch echt niet de goeie richting uit ging en stapten we dan maar zo snel mogelijk uit. Dan terug gewandeld naar de andere kant, waar we terug op een bus moesten wachten. Bij het opstappen vroeg ik aan de chauffeur, of dit klopte voor de eindbestemming, maar ik kreeg een zeer korte “no English” terug. Ok dan, toch maar opgestapt, want dat we zo aan het station zouden uitkomen, wisten we wel. Eenmaal aan het station nog eens enkele haltes afgeschuimd en dan toch de volgens ons juiste bus naar de camping gevonden. Moppie had in al die tussentijd telkens flink mee gevolgd, maar was duidelijk wel wat moe van alle indrukken en dan nog eens al dat buswisselen. Bij het opstappen vroeg ik nog eens opnieuw bij de chauffeur of het klopte. Ook nu geen Engels, maar een jonge gast vooraan hielp me wel vertalen en kon me bevestigen, dat we juist zaten. Na een 20-tal minuutjes in de bus stapten we af aan onze halte en wandelden we het laatste stukje terug naar de camping, waar onze gedroogde was op ons hing te wachten. Woody kroop meteen onder de wol, wat wij na het opruimen van de was en nog wat chillen om 23:30 ook deden.

The Woody Tales:
Vanochtend kwam er een vissersbootje ons wakker maken. Ik kon buiten weer even los rondlopen, mijn stretchoefeningen doen en dan toch nog even terug in het busje gaan slapen, tot de baasjes klaar waren met ontbijt en het busje klaarmaken. Dan was het tijd om te vertrekken. We reden naar een heel groot bos en begonnen aan een mooie wandeling. Onderweg kwamen we heuvels tegen, waar het weer naar heel oude botjes rook. Dat vond ik toch ook wel ergens een beetje akelig. En volgens bazinnetje noemen ze dat hier ook dodenland, dus heb ik toch een beetje bang om zombiehonden of andere dingen tegen te komen. Maar niets is minder waar en daardoor kan ik me toch ontspannen tijdens mijn snuffelrondje. We komen aan een heel erg grote rivier uit, waarvan ik eerst dacht dat het weer een meer was. Ik mag van de baasjes even pootje gaan baden en wat drinken, maar heel erg lang ga ik er niet in, vermits hier best veel stroming op het water zit. Ik geniet vooral meer van de snuffelwerken. We wandelen een heel eind langs de rivier verder en dan is het plots tijd om via een hele lange trap omhoog te gaan. Ik deed dit weer met twee pootjes in mijn neus en dan ging het steeds verder bergop. Op een bepaald punt kwamen we weer dieper in het bos terecht, zagen we nog enkele spechten en genoten we van de rust en kalmte van het bos.

Hierna bleef ik nog even aan de auto wachten, terwijl de baasjes naar de winkel gingen. En vervolgens brachten ze mij naar de Hill of Angels, waar heel veel engelenbeelden zijn. Ik had eerder gedacht aan een soort stoere motorbende, maar dat is nog net iets anders qua naam volgens bazinnetje. Dan geen stoer motortochtje voor mij, maar wel een hele heuvel met veel engelenbeelden en muziekinstrumenten. Ik loop wat rond tussen de verschillende engelen, maar heb toch geen kommetje rijstpap met een gouden lepeltje gevonden. Dan wachten we nog even tot bazinnetje ook klaar is met de bezienswaardigheid en dan gaat het voor ons verder naar een meertje om te picknicken. We eten gezellig en worden even later door twee suppers met een klein hondje vergezeld. Het hondje komt even hallo zeggen en dan zijn ze alweer weg. Ik geniet intussen even van de rust, want vandaag zou een rustiger dagje worden, maar ik ken die baasjes van mij en heb intussen al een 9-tal kilometer in de pootjes zitten. Na de picknick wordt mijn busje gewassen. Ik trek mijn hoofd meerdere keren in, terwijl het water tegen de vensters spat, maar blijkbaar zit ik hier droog in het busje. Laat die baasjes maar wat werken om mijn paleisje mooi proper te houden. Na het zeemvellen was het dan tijd voor de camping. Hier ging bazinnetje meteen de was doen en ik kreeg mijn koelmatje in de schaduw om wat bij te slapen. Dat liet ik me geen twee keer zeggen.

Vermits bazinnetje zich blijkbaar had vergist tussen de droogkast en het wasmachine, kan ik zelfs nog een half uurtje langer slapen dan oorspronkelijk gedacht. Ideaal, heeft ze toch weer netjes gedaan! Gelukkig is de was niet gekrompen, want veel van de was mag niet in de droogkast. Na het uitrusten en chillen mag ik nog even met een labrador-vriendinnetje uit Keulen spelen op de parking en dan is het tijd om te wandelen naar de bushalte. Hier hebben we vrijwel meteen een bus en ga ik als een flinke hond netjes liggen wachten tot onze halte aan de beurt is. Een 20-tal minuutjes later is dat het geval en zijn we plots in een stad in plaats van in de wijdse natuur zoals de afgelopen dagen. Ook wel eens spannend als afwisseling. De baasjes wandelen er in de stad weer lustig op los en bezoeken weer een hele hoop gebouwen, straatjes, winkeltjes etc. Na 2 uurtjes wandelen ben ik dan ook blij dat we kunnen gaan eten. We zitten in een restaurant, waar de serveerster voor mij een honden gin tonic brengt: nl. een kom water met wat komkommer en een blauw besje. De komkommer is echter niet zo gesneden zoals bazinnetje het doet, dus eet ik hem dan toch maar niet op. Verder krijg ik aandacht van de plaatselijke buren, die mij serieus verwennen, maar die de baasjes verder niet verstaan. En tot slot is het dan tijd om nog wat te rusten en te slapen. Of dat laatste heb ik toch mis ingeschat? De baasjes besluiten geen taxi terug te nemen, maar toch de bus.

We moeten dus nog eens een paar kilometer tot naar het station wandelen. Daar stappen we in de bus aan de overkant terug op. Na een klein kwartiertje, merken de baasjes echter, dat dit niet de juiste bus is. Het is dezelfde nummer, maar hier moet je niet aan de andere kant opstappen zoals bij ons, hier gaat de bus terug aan dezelfde halte waar je bent afgestapt. Dat betekent, dat we in the middle of nowhere moeten uitstappen, terug moeten wandelen naar andere bushalte. Hier nemen we terug een bus, waar bazinnetje de buschauffeur een vraag stelt, maar de vrouw niet wil helpen. Ook goed, dan maar terug tot aan het station en daar dan nog eens beginnen rondlopen om uit te zoeken welke bus het was. Vervolgens nog eens even moeten wachten en dan was de bus er. Op de bus weer flink gewacht en uiteindelijk de laatste kilometer tot aan de camping nog gewandeld. Kortom, voor een rustig dagje toch weer 23km in mijn pootjes, dus ik heb een andere definitie van een rustig dagje. Ik leg me meteen languit in de zetel en val in een diepe slaap.

One Comment on “Dag 9 – Neris – Vilnius”
Haha jij dacht dat het droogkuis was en wie ruikt nu aan een onderbroeken 🫣🤭wat een busbelevenis arme Woody 😁have fun 😘